woorden
boek
Start
›
D
›
druppelaar
druppelaar
mannelijk (de)
/ˈdrʏpəˌlar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
flesje of buisje om een vloeistof druppelsgewijze te doseren
Etymologie
* van druppelen
Verwante woorden
drup
Drupal
drupje
drupjes
druppel
druppelaars
druppelde
druppelden
druppelen
druppelend
druppelende
druppelfles
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← druppel
druppelaars →