drup
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- druppelUit de kraan komt geen drup.
- het vallen van druppelsHoewel het gestopt was met regenen, zorgde de drup van de bomen ervoor dat we kletsnat thuis kwamen.
Uitdrukkingen
- van de regen in de drup
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek