drup

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. druppel
    Uit de kraan komt geen drup.
  2. het vallen van druppels
    Hoewel het gestopt was met regenen, zorgde de drup van de bomen ervoor dat we kletsnat thuis kwamen.

Uitdrukkingen

  • van de regen in de drup