druiprek

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rek waar de vaat na het afwassen kan uitlekken voordat men het met de vaatdoek afdroogt
    Geen druiprek, geen warm water, geen tapkraan, geen koffiepercolator, geen twee dezelfde glazen, geen vaste rekken', somde Veerle Vervaeke op de gemeenteraadszitting de tekortkomingen van de parochiezaal in Kanegem op. 'Ook het sanitair is bedenkelijk: er is geen spiegel, het handwasbakje werkt niet en de hygiëne laat te wensen over', vervolgde ze. De Standaard 10 MAART 2008 Ingrid Castelein [http://www.standaard.be/cnt/6m1p47ae Parochiezaal voldoet niet]
    Hij hoorde zijn moeder het gas onder de fluitende ketel uitdraaien, het water in de afwasbak gieten en het druiprek naast de gootsteen op het aanrecht zetten. Toen hij de eerste voorwerpen uit het sop hoorde tillen en in het rek zetten, bukte hij zich een weinig voorover. ‘Nog even,’ dacht hij, ‘denkelijk droogt ze zelf af.’ Zijn vader begon op en neer te lopen. NRC Gerard Reve 27 december 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/12/26/lezen-luisteren-en-kijken-hoofdstuk-zes-van-de-avonden-a1405365 Lezen, luisteren én kijken: hoofdstuk zes van ‘De Avonden’]

Vertalingen

Engelsdrainer, draining board