drughandel
mannelijk (de)/ˈdrʏkhɑndəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de min of meer georganiseerde koop en verkoop van illegale drugs (bijvoorbeeld heroïne, cocaïne, opium en hasjiesj) zonder toestemming van de verantwoordelijke autoriteitenFilipijnse politieagenten hebben vandaag een burgemeester en negen van zijn lijfwachten doodgeschoten. De autoriteiten verdachten burgemeester Samsudin Dimaukom van de stad Datu Saudi Ampatuan op het eiland Mindanao van betrokkenheid bij drughandel.De inval in de huurwoning van Martin (51) en Bianca (49) M. maakte deel uit van het onderzoek 'Opa'. Daarin onderzoekt justitie verdenkingen van drugshandel door het echtpaar M. en hun zoon Kevin (26). De drie verdachten zijn vrijdag aangehouden. Sinds 2014 kwam er bij de politie informatie binnen over drughandel, waarbij ook aan minderjarigen zou worden verkocht.
Vertalingen
EngelsIllegal drug trade
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek