drugshandel

mannelijk (de)/ˈdrʏkshɑndəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) de min of meer georganiseerde koop en verkoop van illegale drugs (bijvoorbeeld heroïne, cocaïne, opium en hasjiesj) zonder toestemming van de verantwoordelijke autoriteiten
    Omzet Nederlandse drugshandel in 2017 geschat op 18,9 miljard euro [https://www.nu.nl/binnenland/5430458/omzet-nederlandse-drugshandel-in-2017-geschat-189-miljard-euro.html www.nu.nl 25 aug 2018]
    Zijn klanten worden allemaal verdacht van plofkraken, drugshandel of erger en willen allemaal Scarface of the Godfather worden.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/04/24/advocaat-van-taghi-snapt-de-straat-en-weet-de-weg-in-de-rechtsspraak-dat-trekt-clientele-aan-a4891073 www.nrc.nl (24 apr 2025)]

Vertalingen

Engelsdrug trafficking
Franstrafic de drogue
DuitsRauschgifthandel
Spaansnarcotráfico, tráfico de drogas