drinkschaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/'drɪŋksxal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beker of schaal waaruit men kan drinken
    " Hij hief zijn gulden drinkschaal omhoog, en riep: "Op de eer van Frankrijk en de vernieling der muitelingen!" Rodolf de Nesle herhaalde: op de eer van Frankrijk, en drukte met inzicht op die woorden.