kelk
mannelijk (de)/ˈkɛlᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- soort drinkgerei met een kom op een voetGebruiken jullie vaak een kelk?
- (biologie) buitenste, vaak groene krans van een bloemPas op dat je de kelk niet beschadigt.
Etymologie
*via Middelnederlands "kelc" van Latijn "calix", in de betekenis van ‘drinkbeker’ aangetroffen vanaf 1240
Vertalingen
Engelschalice, goblet
Spaanscáliz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek