drijfjacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/'drɛɪfjɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jacht waarbij het wild eerst in de richting van de jagers wordt gedreven
    - Diepenheim op een herfstige zaterdag, dan moet je denken aan strak geploegde akkers, huisvrouwen op de fiets en het nerveuze geblaf van een roedel honden; op een van de landgoederen begint juist een drijfjacht. In de hoofdstraat lapt een vrouw de ramen, twee kinderen wassen de auto voor de deur. Het Twentse 'stedeke' - 2.700 inwoners en sinds de Middeleeuwen een stadje - ademt de rust van de provincie.Volkskrant NELL WESTERLAKEN 21 december 2012,
  2. het hinderlijk achtervolgen en opjagen van personen