razzia

mannelijk/vrouwelijk (de)/ ˈrɑ.zi.a/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politionele drijfjacht
    Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt razzia vooral geassocieerd met de jacht op o.a. joden door de Duitse bezettingsmacht

Etymologie

* Uiteindelijk ontleend aan het Noord-Afrikaans-Arabische 'ḡāziya' (strooptocht)