driewieler

mannelijk (de)/'driwilər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voertuig op drie wielen
    Ze ruimden vooral toiletpapier, sigarettenpeuken, blikjes, flessen en voedselverpakkingen op. Soms ook zelfs plastic driewielers, leren laarzen en een bierflesje met een dode muis erin.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van drie en wiel

Vertalingen

Engelstricycle
Spaanstriciclo