driewieler
mannelijk (de)/'driwilər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voertuig op drie wielenZe ruimden vooral toiletpapier, sigarettenpeuken, blikjes, flessen en voedselverpakkingen op. Soms ook zelfs plastic driewielers, leren laarzen en een bierflesje met een dode muis erin.
Etymologie
*Samenstellende afleiding van drie en wiel
Vertalingen
Engelstricycle
Spaanstriciclo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek