drie-eenheid

vrouwelijk (de)/driˈʔenhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drie zaken of personen samen als ondeelbaar geheel voorgesteld
    Om de week spraken Genie, Jetfighter en ik af in een lokaal café om te ontbijten en de trailroddels door te nemen. We waren geen vaste trailfamilie, maar wel een sterke drie-eenheid die elkaar steeds opzocht.

Etymologie

*, geschreven met een koppelteken volgens

Vertalingen

Engelstrinity
Franstrinité
DuitsTrinität
Spaanstrinidad