drie-eenheid
vrouwelijk (de)/driˈʔenhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- drie zaken of personen samen als ondeelbaar geheel voorgesteldOm de week spraken Genie, Jetfighter en ik af in een lokaal café om te ontbijten en de trailroddels door te nemen. We waren geen vaste trailfamilie, maar wel een sterke drie-eenheid die elkaar steeds opzocht.
Etymologie
*, geschreven met een koppelteken volgens
Vertalingen
Engelstrinity
Franstrinité
DuitsTrinität
Spaanstrinidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek