dressoir

/drɛ'swar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden), lage brede kast [1], meestal met lades, die doorgaans in de woonkamer tegen de muur wordt geplaatst
    Het decor is tot in de puntjes verzorgd in de stijl van stomme films, uit de jaren twintig. Een antieke kamer, met dressoir, bureau, schouw, schilderijen, sigarendoosjes, karaffen, enzovoort. Zo'n verhalende omlijsting tref je niet vaak bij het moderne circustheater, waarin het meestal gaat om extreem getrainde technieken in een rauwe, robuuste omgeving. Bij The Elephant in the Room van Cirque Le Roux spelen plot en theatrale inleving bijna net zo'n grote rol als de hand-to-hand-acrobatiek en slapstickcomedy. Al weten ze aan het slot toch een immense Chinese paal het aristocratische decor in te smokkelen, waarlangs de acrobaten omhoog klimmen. En afvallen.Volkskrant Annette Embrechts 2 mei 2017

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buffet [1]’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Vertalingen

Engelsbuffet