drankje
/ˈdrɑŋkjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- glaasje drank (die vaak het distillatieproduct van alcohol bevat)'Kunnen we niet nog een laatste drankje nemen en eerst wat praten?' vroeg ze en ze spreidde vertwijfeld haar armen.
- vloeibaar medicament
Etymologie
*afgeleid van "drank"
Vertalingen
Engelsdrink, potion, draught
Franspetit verre, potion, breuvage
DuitsGetränke, Drink, Saft
Spaanscopita, poción, brebaje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek