draf

mannelijk (de)/drɑf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. paardrijden (paardrijden) gang van paard, en andere viervoeters, sneller dan de stap maar langzamer dan de galop
    Na twee ronden in draf liet zij haar paard overgaan op de stap.
  2. looppas
    Hij liep in draf naar huis om zijn mooie rapport te laten zien.
  3. oenologie (oenologie)overblijfsel van druiven na het persen
    Schenk alsjeblieft klare wijn zonder draf.

Etymologie

* In de betekenis van ‘gang van een paard’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351

Vertalingen

Engelstrot, running step, lees
Franstrot, au pas de cours, lie
DuitsTrab, Laufschritt, Trester