dozijn

onzijdig (het)/doˈzɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eenheid (eenheid) een set van twaalf
    Hij heeft een dozijn fietsen thuis.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘telwoord: twaalftal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1286

Uitdrukkingen

  • Daarvan gaan er dertien in een dozijnDat is iets heel gewoons (en daardoor niet interessant)

Vertalingen

Engelsdozen
Fransdouzaine
DuitsDutzend
Spaansdocena
Italiaansdozzina
Portugeesdúzia
Russischдюжина
Japansダース
Poolstuzin
Zweedsdussin