dopsleutel
mannelijk (de)/'dɔpsløtəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een sleutel met een vaste of met verwisselbare doppen, om bouten en moeren aan te draaienDeze doppendoos bevat een dopsleutel en 24 losse doppen.
Vertalingen
Engelssocket wrench, socket spanner
Fransclé à douille
DuitsSteckschlüssel
Spaansllave tubular
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek