doorspoelen
/ˈdorspulə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuiveringIk zal wel even flink doorspoelen.Besparen is namelijk haar tweede natuur en ze ging direct plannen maken om te kijken waar we nog meer op zouden kunnen besparen. Misschien zouden we thuis wel gaan douchen in het donker en de wc met badwater doorspoelen.
- (inerg) doorgaan met spoelenSpoel nog maar een tijdje door!
- (ov) een band versneld van de ene spoel op de andere rollenIk heb dat stuk van de opname doorgespoeld, want daar is niet naar te luisteren.
werkwoord
- (ov) geheel doorgévenDe heerlijke geuren doorspoelden de gehele zaal.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek