doorbakken

/ˈdorbɑkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) niet stoppen met bakken, verdergaan met in een oven of pan verhitten of verhit worden
    Meedoen aan een prijzenslag is dan ook volgens Beetstra niet verantwoord voor de bakker. Rustig doorbakken en vooral lekker vers brood leveren, dat is het advies van de Friese bakkersbond.
    Laat de soufflé 20 tot 30 minuten doorbakken of tot hij ongeveer 5 cm boven de rand is gerezen en de bovenkant lichtbruin gekleurd is.
werkwoord
  1. ov (ov) iets in een oven of pan grondig verhitten
    Hij voerde het woord, meestal begeleid door de geur van zijn slijm, de stank van zijn bedorven tandvlees, die altijd boven alles uitsteeg wat ik klaar kon maken, boven alles wat ik kon doorbakken.
    (…) niettegenstaande de steenen hier 25 Nederlandsche duimen lang, 10 duimen breed en 7 duimen dik waren, zijn dezelve zeer ligt, doordien de Kapenaars met hunne houtvuren dezelve niet genoeg doorbakken kunnen.
    Deze gebreken kan men verbeteren, als men het behoorlyk wascht, en droogt, een weinig wyn in den deeg kneed, denzelven wat langer dan gewoonlyk laat ryzen, en het brood wel doorbakt.
  2. door en door gebakken waardoor het geheel gelijkmatig is gebakken
    We hebben er extra frieten bij besteld, die wel erg doorbakken zijn.

Etymologie

*[bijvoeglijk naamwoord] van het voltooid deelwoord

Vertalingen

Engelswell done