doorreizen

meervoud/ˈdorɛizə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) doorgaan met reizen, de reis voortzetten
    We zijn daarna doorgereisd naar Portugal.
werkwoord
  1. ov (ov) een reis maken door (een gebied)
    Ze hebben heel Europa doorreisd.

Etymologie

**: "doorreis" met de uitgang -en

Vertalingen

Duitsdurchreisen
Spaansrecorrer