doorreizen
meervoud/ˈdorɛizə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) doorgaan met reizen, de reis voortzettenWe zijn daarna doorgereisd naar Portugal.
werkwoord
- (ov) een reis maken door (een gebied)Ze hebben heel Europa doorreisd.
Etymologie
**: "doorreis" met de uitgang -en
Vertalingen
Duitsdurchreisen
Spaansrecorrer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek