doorkruisen

/ˈdorkrœysə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een kruis doorhalen
    Wanneer er meerdere deelnemers hetzelfde hebben opgeschreven, moeten ze dit vakje doorkruisen.
werkwoord
  1. ov (ov) geheel door een bepaald gebied heenreizen
    Zij doorkruisten de Sahara op hun kamelen.
    Doordat we niet altijd vaste paden volgden, werden we soms aan lange klimtouwen aan elkaar verbonden om steile sneeuwvlaktes te doorkruisen.
  2. ov, politiek (ov) (politiek) op een wijze handelen die verwachtingen of voornemens van anderen verstoort
    De lidstaten doorkruisten daarmee het Europese beleid op het gebied van de begrotingsdiscipline.
    De Saoedische regering heeft donderdag pelgrimstochten naar de voor moslims heilige plaatsen Mekka en Medina tot nader order opgeschort om besmetting met het nieuwe coronavirus te voorkomen. (…) Het Saoedische besluit kan de plannen van miljoenen islamitische pelgrims doorkruisen.
  3. dwars door iets heen gaan
    Je mag een begrafenisstoet niet doorkruisen.

Etymologie

*[A] samenstellend afgeleid van "door" en "kruis"

Vertalingen

Engelsbar, hinder, inhibit
Spaansatravesar