Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
doorbouwen
/ˈdorbɑuwə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) verder gaan met het maken van gebouwen of andere constructiesWelke kant moet het op met Rotterdam? Blijven doorbouwen aan de skyline, of het rauwe en lege stadslandschap koesteren.„Je moet de bouw van woningen niet pas ondersteunen als er vraag naar ontstaat, maar die bouw juist stimuleren als de vraag wegvalt.” Doorbouwen dus, zegt hij, ook als de volgende crisis zich aankondigt.
- (inerg) (figuurlijk) een ontwikkeling voortzettenWéér een omzetstijging van 40 procent en een toename van de winst met 50 procent gaat vervelen. Maar saai is goed, aldus Van der Does destijds. „Hoe minder afleiding, hoe beter. Dan kunnen we rustig doorbouwen.”Van Engelen: „Knap hoe jij je hoofd koel hebt gehouden en de zaak weer in rustiger vaarwater hebt gekregen.”Boonen: „Wat stabiliteit zou mij nu veel waard zijn. Ik wil doorbouwen.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek