doorgaan

/ˈdorɣan/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) ~ met: niet stoppen, blijven
    Het is altijd nog mogelijk door te gaan.
    Hogeschool Saxion is absoluut niet te spreken over het plan voor de herziening van de bekostiging van het hoger onderwijs in Nederland. Dat zegt bestuursvoorzitter Anka Mulder. Als die plannen doorgaan, gaat er jaarlijks 4 miljoen euro minder naar de hogeschool. „Dat kunnen wij niet accepteren, dit voorstel moet van tafel.” Tubantia Arjan te Bogt 20-05-19 [https://www.tubantia.nl/enschede/4-miljoen-euro-minder-per-jaar-voor-saxion-onbegrijpelijk~a15b9fe6/ 4 miljoen euro minder per jaar voor Saxion: ‘Onbegrijpelijk’]
  2. door winst te behalen verder kunnen gaan.
    Het land ging door nadat ze twee keer hadden gewonnen.
  3. plaatsvinden ondanks voorafgaande twijfel
    De voetbalwedstrijd gaat ondanks het slechte weer toch door.
    Veel vakantiegangers weten nog steeds niet of hun vlucht vanaf Schiphol binnenkort doorgaat.
  4. (België) plaatsvinden
    De opening gaat door op 27 juli.
  5. wat de zogenaamd iets zou moeten zijn maar het eigenlijk niet is; lijken op
    Ik hield zelfs van hem wanneer hij als een in lycra verpakte worst door de polders ploegde en vond dat-ie best kon doorgaan voor een ietwat kalende Tom Dumoulin.
werkwoord
  1. ov (ov) tot het einde meemaken
    Hij moest de operatie doorgáán zonder verdoving.

Etymologie

*dóórgaan, doorgáán [1]:

Uitdrukkingen

  • Onder het juk moeten doorgaanzich aan andermans macht moeten onderwerpen

Vertalingen

Engelscontinue, go on
Franscontinuer
Duitsweitermachen
Spaanscontinuar
Russischпродолжать
Zweedsfortsätta