donkerte

vrouwelijk (de)/'dɔŋkərtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. donkere plaats
  2. duisternis
    Het stuk achteraan was een donkere functieloze plek, er kwam helemaal geen daglicht. Katleen vond het een onprettige ruimte: ‘Ik voelde de donkerte soms echt op me wegen.’de Standaard 25 NOVEMBER 2017
    Bij vervanging van straatlantaarns houdt de gemeente Losser nadrukkelijk rekening met veiligheid en beleving waarbij er ook aandacht is voor energie besparen, beperken van lichtvervuiling en bescherming van donkerte.Tubantia 27-NOVEMBER-2017

Etymologie

*afgeleid van donker

Vertalingen

Engelsdarkness
Spaanstinieblas