donderpad

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɔndərpɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kikkervisje
  2. straalvinnigen (straalvinnigen) vis uit een familie en de orde der schorpioenvisachtigen (). In de kustwateren van de Lage Landen komen de groene zeedonderpad (Taurulus bubalis) en de gewone zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius) voor, in rivieren en beken van Nederland en België leven de rivierdonderpad (Cottus perifretum) en de beekdonderpad (Cottus rhenanus)

Vertalingen

Spaanscoto, pez escorpión