Donderen
/ˈdɔndərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (onpr), (meteorologie) het weerklinken van luid gerommel ten gevolge van bliksemontladingHet donderde in de verte.
- (inerg) op luide en barse toon een bevel geven of zijn ongenoegen uiten"Koppen dicht!" donderde hij.
- (erga) (informeel) (met veel lawaai) ergens af-/uitvallenZe struikelde en donderde met veel gedruis de trap af.
Etymologie
*afgeleid van donder
Uitdrukkingen
- het in Keulen horen donderen
Vertalingen
Engelsthunder, thunder, thunder away
Franstonner, dégringoler
Duitsdonnern, donnern, wettern
Spaansretumbar, tronar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek