doktersassistente

vrouwelijk (de)/'dɔktərsɑsistɛntə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een gediplomeerde helpster van een arts
    Vaak heeft een patiënt eerst contact met een doktersassistente voordat hij de dokter spreekt.

Etymologie

*afgeleid van doktersassistent