doelhout

onzijdig (het)/'dulhɔut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de rand van een doel bestaande uit de beide doelpalen aan de zijkant en de lat boven het doel
    De manschappen van coach Karim Belhocine namen al snel de touwtjes in handen op Stayen. De Carolo’s dirigeerden het spel en Morioka en Ilaimaharitra vonden elk een keer het doelhout.
    Kaminski was geklopt, maar de deklat bracht redding voor de Buffalo’s. 1-1 voor pogingen op het doelhout, 0-0 op het bord.