Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
dikbekzaadkraker
mannelijk (de)/ˈdɪɡbɛkˌsatkrakər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) bepaald soort gors, , die leeft in Midden- en Zuid-Amerika
Etymologie
*Samenstelling van dik, bek, zaad en kraker
Vertalingen
Engelslarge-billed seed-finch
Franssporophile crassirostre
DuitsMohrenreisknacker
Spaanssemillero picón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek