Diesel
mannelijk (de)/ˈdizəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (motortechniek) motor, aangedreven door gasolie die fijn verdeeld in de cilinders gespoten wordt, waar zij door hoge druk en hoge temperatuur vanzelf ontbrandtEen diesel heeft geen bougies nodig want de brandstof ontbrandt spontaan door de hoge druk en temperatuur in de cilinder.
- voertuig dat met een dieselmotor wordt aangedrevenVeel zakelijke personenauto's zijn diesels.
- iemand die langzaam maar gestaag kan doorgaanVreemd genoeg had ik haar de afgelopen maand vele malen ingehaald maar kwam ik haar telkens weer tegen. Ze had het ritme van een trouwe diesel, stopte heel zelden en maakte lange dagen.
- aardolieproduct dat in aanwezigheid van voldoende zuurstof bij compressie vanzelf tot ontbranding overgaat en zo geen ontstekingsmechanisme nodig heeftIn Nederland is een liter diesel goedkoper dan een liter benzine.
Etymologie
**[4] (verkorting) van dieselbenzine, dieselbrandstof of dieselolie
Vertalingen
Engelsdiesel
Spaansmotor diesel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek