dies
mannelijk (de)/dis/
Betekenis
voornaamwoord
- [A] (verouderd) van die: en wat ~ meer zij - enzovoorts.
zelfstandig naamwoord
- [B] jaarlijkse feestdag om de oprichting van een (studenten)vereniging of universiteit te vieren
bijwoord
- (verouderd) met die redenDe naam van Cassius adelt die praktijken; En dies verschuilt de tuchtiging haar hoofd
Etymologie
* In de betekenis van ‘jaarlijkse feestdag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek