dies

mannelijk (de)/dis/

Betekenis

voornaamwoord
  1. verouderd [A] (verouderd) van die: en wat ~ meer zij - enzovoorts.
zelfstandig naamwoord
  1. [B] jaarlijkse feestdag om de oprichting van een (studenten)vereniging of universiteit te vieren
bijwoord
  1. verouderd (verouderd) met die reden
    De naam van Cassius adelt die praktijken; En dies verschuilt de tuchtiging haar hoofd

Etymologie

* In de betekenis van ‘jaarlijkse feestdag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950