dieptepunt

onzijdig (het)/'diptəpʏnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk laagste punt (ook (figuurlijk))
    Chantals mondhoeken bereikten een dieptepunt toen ze het verhaal van Jeroens ruzie met Sander vertelde.
  2. moment waarop iets het slechtst is
    De populariteit van de president bereikte een nieuw dieptepunt in de peilingen.