dieptepunt
onzijdig (het)/'diptəpʏnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- laagste punt (ook (figuurlijk))Chantals mondhoeken bereikten een dieptepunt toen ze het verhaal van Jeroens ruzie met Sander vertelde.
- moment waarop iets het slechtst isDe populariteit van de president bereikte een nieuw dieptepunt in de peilingen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek