hoogtepunt
onzijdig (het)/ˈhoxteˌpʏnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bijzonder belangrijk of goed ogenblikIk was verheugd de CAMP Corsa Nanotech IJsbijl (205 gram) te zien, en de Kahtoola microspikes voor onder mijn schoenen in de sneeuw. Verder zaten er handschoenen, een lange wollen onderbroek, een sneeuwbril en een hele lading pillen in. Maar het hoogtepunt van de dag was mijn nieuwe paar schoenen.
- (meetkunde) het snijpunt van de hoogtelijnen van een driehoek
- orgasme
Vertalingen
DuitsHöhepunkt, Höhepunkt
Spaanspunto culminante, cenit, cima
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek