hoogtepunt

onzijdig (het)/ˈhoxteˌpʏnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bijzonder belangrijk of goed ogenblik
    Ik was verheugd de CAMP Corsa Nanotech IJsbijl (205 gram) te zien, en de Kahtoola microspikes voor onder mijn schoenen in de sneeuw. Verder zaten er handschoenen, een lange wollen onderbroek, een sneeuwbril en een hele lading pillen in. Maar het hoogtepunt van de dag was mijn nieuwe paar schoenen.
  2. meetkunde (meetkunde) het snijpunt van de hoogtelijnen van een driehoek
  3. orgasme

Vertalingen

DuitsHöhepunkt, Höhepunkt
Spaanspunto culminante, cenit, cima