diamantslijperij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderneming waar men ruwe diamanten slijpt
    Ze monsterde af en werd schoonmaakster bij een diamantslijperij.
    In België staat een schoonmaker terecht die een diamant met een waarde van 1,2 miljoen euro zou hebben gestolen uit een diamantslijperij. De man beweert dat de edelsteen van een tafel was gerold en dat hij hem per ongeluk had opgezogen met zijn stofzuiger. Hij durfde de diamant niet meer terug te geven.