Diamant
onzijdig (het)/dijaˈmɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mineraal) uiterst hard, doorzichtig mineraal met kubische symmetrie dat uit koolstof bestaatOmdat diamant uit koolstof bestaat is het net zo brandbaar als steenkool.De denkbeeldige lift gaat niet omhoog, maar naar het binnenste van de aarde. Langzaam trekken de aardlagen voorbij. Zout, zand, gas, steenkool, diamant en magma. Naarmate je dichter bij de aardkern komt, wordt het gloeiend heet. Hoe overleef je dat? Eenmaal weer boven, is het idee, kennen kinderen de aarde letterlijk en figuurlijk van binnenuit. NRC Lisa Vos 10 juni 2016
zelfstandig naamwoord
- edelsteen gesneden uit het gelijknamige mineraalIn Botswana is de grootste diamant in honderd jaar gevonden. De diamant van 1.111 karaat is even groot als een tennisbal, aldus Lucara, het in Vancouver gevestigde bedrijf dat de Karowe-mijn in Botswana exploiteert. Het is volgens het mijnbedrijf de op één na grootste diamant die ooit is gedolven. De allergrootste is de Cullinan van 3.106 karaat, die in 1905 werd gevonden in Zuid-Afrika. Wat de in Botswana gevonden diamant waard is, is nog niet bekend. NRC 20 november 2015
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘edelgesteente’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Vertalingen
Engelsdiamond, diamond
DuitsDiamant, Diamant
Spaansdiamante, diamante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek