dialectisme
onzijdig (het)/ˌdijalɛkˈtɪsmə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) (pejoratief) woord of uitdrukking overgenomen uit een dialect of gevormd naar een voorbeeld uit een dialectDe verteltoon varieert van uiterst onopgesmukt en direct (afgezien van de in normaal Nederlands vertaalde sappige dialectismen een hoog percentage `reet', `stront' en `eikel') tot hol retorisch (de taal van de autoriteiten).Uit Oudenaarde stamt ook de enige gepalataliseerde vorm (wueghe) en de spelling met ou. Bij de bronnen uit deze plaats kan de tekstsoort bevorderend hebben gewerkt bij het laten doordringen van dit dialectisme.
Etymologie
*afgeleid van dialect
Vertalingen
Fransdialectisme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek