diafragma
onzijdig (het)/dija'frɑxma/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (optica) (fotografie) de opening in een lichtdichte laag in of bij een lens om de hoeveelheid door te laten licht te regelen
- (biologie) middenrif
- tussenwand van poreus materiaal, bv. gebruikt bij elektrolyse
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verstelbare lensopening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1885
Vertalingen
Engelsaperture
Spaansdiafragma, diafragma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek