diafragma

onzijdig (het)/dija'frɑxma/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. optica, fotografie (optica) (fotografie) de opening in een lichtdichte laag in of bij een lens om de hoeveelheid door te laten licht te regelen
  2. biologie (biologie) middenrif
  3. tussenwand van poreus materiaal, bv. gebruikt bij elektrolyse

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verstelbare lensopening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1885

Vertalingen

Engelsaperture
Spaansdiafragma, diafragma