deurkruk
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dørkrʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handvat dat de grendel van een deur bedient
Vertalingen
Engelsdoor handle
Franspoignée de porte
DuitsTürknopf
Spaansmanilla, manija
Italiaansmaniglia
Poolsklamka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek