deurknop
mannelijk (de)/ˈdørknɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een handvat waarmee men een deur kan openen of (af)sluitenDe oude deurknop paste niet bij de nieuwe deur.Jeroen legde zijn hand op de deurknop en draaide. Tot hun grote verbazing was de deur niet op slot. Jeroen duwde voorzichtig, waarna ze het kantoor binnenstapten.
Vertalingen
Engelsdoorknob
Fransbouton de porte, bec-de-cane
DuitsTürgriff, Türknauf
Spaansmanija, picaporte, manilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek