deurknop

mannelijk (de)/ˈdørknɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een handvat waarmee men een deur kan openen of (af)sluiten
    De oude deurknop paste niet bij de nieuwe deur.
    Jeroen legde zijn hand op de deurknop en draaide. Tot hun grote verbazing was de deur niet op slot. Jeroen duwde voorzichtig, waarna ze het kantoor binnenstapten.

Vertalingen

Engelsdoorknob
Fransbouton de porte, bec-de-cane
DuitsTürgriff, Türknauf
Spaansmanija, picaporte, manilla