dertig
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɛrtəx/
Betekenis
telwoord
- "30", het getal tussen negenentwintig en eenendertig, drie maal tien
- om een hoeveelheid aan te gevenDe totale kosten bedragen dertig euro en zevenendertig cent.De maanden april, juni, september en november zijn dertig dagen lang.Dertig jaar geleden zat het hier helemaal vol', zegt Claudette Bonin (60), serveerster van het Relais des Routier in Dordives. Nu zijn een paar tafels bezet voor de lunch.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenHet juiste antwoord op opgave dertig is "42".
- de jaren dertig: de periode van 1930 t/m 1939De chique, ruime schrijftafel van ebbenhout, die stijlvol was ingelegd met lichtere houtsoorten, die voor het raam was geplaatst naast de openslaande deuren naar het terras en die gepaard was aan een sobere maar degelijke en comfortabele houten bureaustoel uit de jaren dertig, had ik al meteen bij binnenkomst opgemerkt.
zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 30 is aangeduidHet is weer de dertig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?Haar eenendertigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de dertig eenmaal voorbij was.
- groep van 30 eenhedenDe dertig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.
Etymologie
* via Middelnederlands "dertich" van Oudnederlands "thrītig", als telwoord voor het eerst aangetroffen in de Lex Salica (509-800); afgeleid van "drie" met metathese van de r-klank
Vertalingen
Engelsthirty
Franstrente
Duitsdreißig
Spaanstreinta
Italiaanstrenta
Portugeestrinta
Russischтридцать
Chinees三十
Japans三十
Koreaans서른
Arabischثلاثين
Turksotuz
Poolstrzydzieści
Zweedstrettio
Deenstredive, tredve
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek