deltaplan
onzijdig (het)/ˈdɛltaˌplɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (figuurlijk) (regering) veelomvattend, langdurig plan met een grondige aanpak van een ernstig probleemDe ontwikkeling van een breed en samenhangend aanvalsplan, een deltaplan, is zeer gewenst. Het punt is: het is er niet, althans nog niet op de agenda van de minister. Er ligt al wel een stevig uitgewerkte voorzet voor zo’n deltaplan, in de vorm van het „Pact voor de Rechtsstaat”.Was de watersnoodramp de werkelijke aftrap van de Nederlandse strijd tegen het water, de coronacrisis was dat voor de strijd tegen virussen en microben. Er kwam een deltaplan voor de GGD’s.Dáár moet de minister een deltaplan voor opstellen, in plaats van aan symptoombestrijding te doen.
Etymologie
*van "Deltaplan", de , als soortnaam geschreven met een kleine letter volgens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek