Delta

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɛlta/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) vierde letter van het Griekse alfabet en wiskundige operator
  2. geologie (geologie) driehoekig gevormd uitmondingsgebied van rivieren
    Natuurdocumentaireserie over Italië, met aandacht voor het noorden van het land. Dit wordt gekenmerkt door een grote diversiteit in landschappen: de onherbergzame Dolomieten, de delta van de Po en het wonderschone Toscane. NRC 2 juli 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘land omsloten door rivierarmen’ voor het eerst aangetroffen in 1832

Vertalingen

Engelsdelta
Spaansdelta