december
mannelijk (de)/deˈsɛmbər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) de twaalfde en tevens laatste maand van het jaarIn december valt er meestal sneeuw.Guido, de eigenaar van Workmaid in Oostzaan, het kleine gespecialiseerde bouwbedrijf dat we eind december hebben overgenomen.Johannes is twee weken weg als de maand december aanbreekt, en ze kondigt aan dat ze naar de stad moet om kerstgeschenken voor haar familie uit te zoeken.
Etymologie
*Komt van het Latijn mensis December (de tiende maand, ). Het Romeinse jaar begon oorspronkelijk met de maand maart, waardoor december dus de tiende maand is.
Vertalingen
EngelsDecember
Fransdécembre
DuitsDezember
Spaansdiciembre
Italiaansdicembre
PortugeesDezembro, dezembro
Russischдекабрь
Chinees十二月
Japans12月
Koreaans십이월
Arabischديسمبر
Turksaralık
Poolsgrudzień
Zweedsdecember
Deensdecember
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek