decadent
mannelijk (de)/ˌdekaˈdɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kunst) kunstenaar wiens werk verschijnselen van een tijdperk van verval vertoont
- ontaard, verworden, in vervalDe decadente burgers gooiden de restjes van de maaltijd naar de hongerige mensen.
- zeer verfijnd, maar innerlijk krachteloosHet is een overtuiging waarin empathie als zwakte wordt gezien, democratie als decadent, en vooruitgang draait om technologische versnelling — zonder rem of moreel kompas. [https://www.nrc.nl/nieuws/2025/04/22/de-elf-geboden-van-radicaal-rechts-a4890769 www.nrc.nl (22 apr 2025)]
- duur maar smakeloos
Etymologie
*van "décadent" ‘in verval’, in de betekenis van ‘ontaard’ aangetroffen vanaf 1929
Vertalingen
Engelsdecadent
Spaansdecadente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek