decaan
mannelijk (de)/de'kan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) (scheikunde) een verzadigde koolwaterstof met formule C10H22Er zijn 75 isomeren van decaan.
- (m) (beroep) (onderwijs) het hoofd van een faculteit van een universiteit
- (m) (beroep) een docent die een adviserende rol heeft ten aanzien van studiekeuzes
Etymologie
*[2,3] Van Latijn decanus : hoofd over tien soldaten.
Vertalingen
Engelsdecane, dean
Fransdecane, doyen
DuitsDekan, Decan, Dekan
Spaansdecano, decano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek