daderschap
onzijdig (het)/'dadərsxɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het schuldig zijn aan een misdaadOnder het bericht over het aftreden van de burgemeester las Quispel dat zijn opvolger in de zaak-Noppen er een 'functioneel daderschaphad weten uit te slepen voor de burgemeester en de hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie.De Hond zei in Radio 1-programma De Ochtend dat de bevindingen van de recherche bevestigen wat hij al wist. "De conclusies staan haaks op het daderschap van Louwes."
Etymologie
* afleiding van dader
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek