daderschap

onzijdig (het)/'dadərsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het schuldig zijn aan een misdaad
    Onder het bericht over het aftreden van de burgemeester las Quispel dat zijn opvolger in de zaak-Noppen er een 'functioneel daderschaphad weten uit te slepen voor de burgemeester en de hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie.
    De Hond zei in Radio 1-programma De Ochtend dat de bevindingen van de recherche bevestigen wat hij al wist. "De conclusies staan haaks op het daderschap van Louwes."

Etymologie

* afleiding van dader