woorden
boek
Start
›
D
›
dadeloosheid
dadeloosheid
vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het dadeloos zijn
De dadeloosheid van de depressieve patiënt was vreselijk om aan te zien.
Etymologie
* afgeleid van dadeloos
Synoniemen
inertie
lethargie
willoosheid
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← dadeloos
dadeloze →