daarvan

/darˈvɑn/

Betekenis

bijwoord
  1. van dat, van die
    Daarvan bestaat een tweede uitgave.
    Ik heb zonnecellen op mijn dak. Het voordeel daarvan is dat de elektriciteitsrekening lager is.
    De eerste helft van deze eeuw was het een rommeltje in de kunsthandel, en we zitten nog steeds met de brokken daarvan.