d.d.

/deˈdato/

Betekenis

voorzetsel
  1. op de kalenderdag (gevolgd door een datum)
    Maarten Mourik was helemaal geen monarchist zoals hij in een brief aan het Nieuw Republikeins Genootschap d.d. 5 december 2000 duidelijk liet blijken.

Etymologie

*(afkorting)