cybercriminaliteit

vrouwelijk (de)/'sɑjbərkriminalitɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) criminaliteit gepleegd via de elektronische snelweg (b.v. internet) zoals het kraken van bankrekeningen
    een buitengewone vorm van cybercriminaliteit is het z.g. grooming door digitale kinderlokkers die contacten leggen met kinderen via chatprogramma's
    Thailand pakt cybercriminaliteit net over de grens in Myanmar keihard aan. Zeshonderd Chinezen die daar tegen hun wil als oplichters opereren, zijn door het Thaise leger bevrijd en vliegen deze week terug naar China.[https://www.trouw.nl/buitenland/honderden-chinezen-bevrijd-uit-scamcentra-in-myanmar~b38b91bc0 www.trouw.nl (17 feb 2025)]

Etymologie

*afgeleid van criminaliteit