cursusleider

mannelijk (de)/ˈkʏrzʏsˌlɛidər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die een opleiding of training verzorgt
    In de workshopruimte, de stoelen in een halve cirkel, krijgen de deelnemers onder leiding van cursusleiders Jaro van der Ende en Barbara Veldt om beurten het woord, om te vertellen hoe ze de vorige dag hebben ervaren.